Het ziet ernaar uit dat binnen enkele dagen een allesomvattend vredesverdrag wordt getekend tussen de Ugandese regering en de rebellengroep Verzetsleger van de Heer (LRA). Maar commiteert iedereen van de LRA zich aan dat vredesverdrag? Namens wie zet de onderhandelingsdelegatie van de LRA straks haar handtekening? De situatie is behoorlijk verwarend. Bij de onderhandelingen in Juba wisselen boosheid en blijheid zich in razend tempo af. Vorige week werd een deelakkoord getekend over een permanente wapenstilstand die ingaat op het moment dat het algehele vredesverdrag getekend is. Een dag later verliet de delegatie van de LRA ontstemd de onderhandelingen vanwege meningsverschillen over andere onderdelen van het vredesverdrag. De rebellen eisten bijvoorbeeld dat zij konden delen in de macht. Zij wilden ministers leveren en eenderde van alle functies binnen de overheid zou naar mensen uit het noorden van Uganda moeten gaan. Daarnaast eisten leden van de onderhandelingsdelegatie een gouden handdruk (vanwege hun inspanningen voor de vrede).Op alle eisen zei de delegatie van de regering ‘Neen'. De rebellen zouden al blij mogen zijn dat hen een zachte landing wordt aangeboden in de Ugandese maatschappij. Als ze in de regering willen, moeten ze maar meedoen met de verkiezingen. Weer twee dagen later is de delegatie van de rebellen teruggekeerd naar de onderhandelingstafel en plotseling zijn de eisen grotendeels vervallen. En niet alleen dat, ook het volgende deelakkoord is al bijna rond. Woensdag vertrekt de delegatie naar het grensgebied van Sudan en Congo om daar nog een laatste keer te overleggen met de beruchte rebellenleider Joseph Kony. Daarna keren zij weer terug naar Juba en dan zal het uiteindelijke vredesverdrag worden getekend.De onderhandelingen verlopen al anderhalf jaar zeer moeizaam. Behalve de laatste weken. Opeens wordt het ene na het andere deelakkoord getekend. De rebellen lijken in sneltreinvaart de onderhandelingen te willen afronden. Wat is daarvan de oorzaak? Het kan zijn dat de pas nieuw aangestelde leider van de onderhandelingsdelegatie van de rebellen, David Matsanga, veel beter is dan zijn voorganger, Martin Ojul, die een maand geleden zonder ceremonie aan de kant werd geschoven.Het kan ook dat Joseph Kony opeens bang is geworden door de overeenkomst die president Museveni van Uganda eind vorig jaar sloot met president Kabila van Congo. De twee kwamen overeen om gezamenlijk het kamp van de rebellen in Congo aan te vallen, als niet zeer snel een vredesovereenkomst wordt gesloten. Het meest waarschijnlijk is echter dat er het laatste anderhalf jaar toenemende onenigheid is in het kamp van de rebellen. Vorig jaar november vermoordde Kony zijn tweede man, Vincent Otti. De twee commandanten zouden het niet eens zijn over de toekomst van de LRA. Later doken in de oerwouden van Congo en Sudan groepjes rebellen op die rond dezelfde tijd uit het kamp waren weggevlucht. Zij beweerden dat Kony aan een soort achtervolgingswaanzin leed en dacht dat iedereen tegen hem was. De ene na de andere commandant werd gevangen gezet of vermoord. In het kamp van de rebellen zou veel onrust heersen. In december, januari en februari doken in Congo en in Zuid-Sudan berichten op over grote groepen LRA-achtige strijders die dorpen overvielen om daar voedsel te stelen en om jongeren te ontvoeren. Het is totnogtoe onduidelijk of het werkelijk om LRA-strijders gaat, of dat het gaat om groepen gedeserteerde rebellen, of om nieuwe groepen.Het meest waarschijnlijk is echter dat de LRA weldegelijk uiteen is gevallen in een aantal groepen. Enkele honderden rebellen (behalve strijders ook ouderen, vrouwen en zeer jonge kinderen) zouden op 18 februari de grens over zijn getrokken van Zuid-Sudan naar de Centraal Afrikaanse Republiek. Andere groepen maken de provincie West Equatoria in Zuid-Sudan onveilig. In Juba zijn al zo'n 2000 nieuwe vluchtelingen uit dat gebied aangekomen. Ook de Nederlandse hulporganisatie ZOA heeft twee van haar bases moeten ontruimen. De angst is nu dat de Ugandese regering straks een vredesverdrag tekend met slechts een klein overblijfsel van het nog steeds gevreesde LRA. Misschien komt Joseph Kony dan wel uit het bos. Dat zou en geweldige mediastunt zijn. Maar wat gebeurt er met al die andere honderden voormalige LRA-strijders die (waarschijnlijk) rondzwerven in Zuid-Sudan en de Centraal Afrikaanse Republiek?In de jungle van Zuid-Sudan is het makkelijk voor dergelijke groepen om hun bloederige bestaan voort te zetten. Er zijn nauwelijks wegen en dus voldoende schuilgebieden voor deze geharde rebellen. Ze zijn gespecialiseerd in overleven: Altijd in beweging zijn, zodat niemand weet waar je bent, zo nu en dan een dorp overvallen om voedsel te stelen en (jonge) kinderen ontvoeren om nieuwe rebellen te recruteren. Voormalige LRA-strijders die naar de Centraal Afrikanse Republiek (CAR) gaan, sluiten zich waarschijnlijk aan bij rebellen die daar tegen de regering van president Bozize vechten. Bozize heeft slechts een klein gedeelte van CAR onder controle. Gewapende groepen hebben in de rest van het land vrij spel. Bovendien kunnen die groepen makkelijk in hun levensonderhoud voorzien, doordat in gebieden waar zij de dienst uitmaken, makkelijk te winnen diamanten en andere mineralen zijn.Het zou zelfs kunnen, zo wordt in Ugandese kranten geopperd, dat de Sudanese regering in Karthoum (die de Ugandese rebellen al jarenlang stilzwijgend steunt) de rebellen wil inzetten tegen de Navo-vredesmacht die vluchtelingen gaat beschermen in Tsjaad en in de Centraal Afrikaanse Republiek. De overblijfselen van de LRA zouden in dat geval een huurlingenleger vormen. Huurlingen die voor een groot deel bestaan uit ontvoerde kinderen uit Uganda en uit Zuid-Sudan. Ondertussen gaat het gewone leven in de hoofdstad Kampala van Uganda door alsof er niets aan de hand is. Voorpaginanieuws is niet het op handen zijnde vredesverdrag, maar een demonstratie van marktkooplieden die demonstreren tegen de overname van hun markt door een zakenman. Mensen gaan gewoon naar hun werk, of lopen rond op straat. Niemand lijkt zich echt druk te maken om het vredesproces. In het licht van de Afrikaanse stammenmaatschappij is het niet zo vreemd dat in Kampala weinig mensen zijn die zich oprecht interesseren voor vrede in het noorden van het land. Daar wonen immers andere stammen. Die moeten maar voor zichzelf zorgen.In Gulu, de belangrijkste stad in het noorden van Uganda, zijn wel veel mensen die zich voorbereiden op vrede. Allerlei buitenlandse hulporganisaties, grote en kleine, professioneel en (zeer) onprofessioneel, maken zich op om een bijdrage te leveren aan de wederopbouw van het noorden of aan het opvangen van oorlogsslachtoffers. Veel groepen in het rijke westen willen een bijdrage leveren aan de opvang van duizenden door het LRA ontvoerde kinderen. Jongens werd een geweer in de handen gedrukt en zij werden gedwongend om mee te vechten. Meisjes zijn gebruikt als seksslavinnen voor commandanten en als beloning voor moedige strijders. De jeugdigen moeten vaak onvoorstelbare trauma's verwerken.Dat die opvang totnogtoe grotendeels mislukt, is minder bekend. Veel van de jongens en meisjes die uit de gelederen van de rebellen wisten te ontsnappen of die gevangen zijn genomen, doorliepen een herintegratieprogramma van enkele maanden bij één van de organisaties die zich hebben opgeworpen om hen terug te brengen in de maatschapij. Uiteindelijk belandden bijna alle ex-kindsoldaten en ex-seksslavinnen in Uganda op straat. Ze zijn thuis niet te handhaven en vervallen tot banditisme of voorzien in hun levensonderhoud als sekswerker. Als deze week of volgende week met veel bombarie eindelijk het allesomvattende vredesverdrag wordt getekend tussen de LRA en de Ugandese regering, is het nog maar de vraag wat die vrede inhoudt.
foto 1: Kinderen in een vluchtelingenkamp in het noorden van Uganda. Jarenlang leefden families dicht opeen gepakt in deze kampen een uitzichtloos bestaan. Hopelijk kunnen zij snel terugkeren naar hun dorpen.
foto 2: De 14-jarige Grace ontsnapte een week voordat deze foto werd genomen, uit gevangenschap van de rebellen. Zij was ontvoerd en moest tijdens lange tochten, blootsvoets door de jungle, zware lasten sjouwen. Dit was de derde keer dat zij was ontvoerd.
|