|
|
|
|
|
|
|
|
| Naam: | J. Schinkelshoek |
|
| Functie: | Lid Tweede Kamer (CDA) |
|
| Omschrijving: |
Na zijn baan als parlementair verslaggever bij het Reformatorisch Dagblad was Schinkelshoek werkzaam als politiek adviseur en poltitiek commentator. Hij was zeven jaar hoofdredacteur van de Haagsche Courant, om daarna directeur communicatie van de Rabobank Groep te worden. Vanaf 2006 zit Schinkelshoek voor het CDA in de Tweede Kamer. |
|
|
|
Een geslaagde leerling |
|
| 12-01-2008
| door : J. Schinkelshoek
| Categorie: Politiek
|
|
1 |
|
|
‘Onafhankelijkheid?’ Gouverneur Refunjol van Aruba trekt een vies gezicht. ‘O, dat kan hooguit op steun van twee procent van de bevolking rekenen. Vooruit, tweeëneenhalf procent.’
Even later vult minister-president Nell Oduber aan: ‘Of Aruba ooit onafhankelijk wordt, beslist de bevolking per referendum. Dus gebeurt het niet…’
De Nederlandse parlementaire delegatie uit Tweede en Eerste Kamer -gisteren op bezoek op Aruba, het eiland dat zich al weer bijna twintig jaar geleden heeft losgemaakt van de Nederlandse Antillen om een zelfstandige positie binnen het Koninkrijk der Nederlanden te verwerven- ontmoet een eiland dat blaakt van zelfvertrouwen, om niet te zeggen zelfvoldaanheid.
‘Het gaat goed met Aruba’- dat is de boodschap die mijn collega’s en ik gisteren als uit één mond te horen kregen. Wie op het eiland rondkijkt, ziet een bloeiende economie, hoofdzakelijk gebaseerd op de bijna miljoen toeristen die jaarlijks op zon, strand en zee af komen.
Natuurlijk zijn er problemen: de overheidsfinanciën rammelen, de gezondheidszorg laat te wensen over, net als het onderwijs. En is het toerisme niet een smalle, onzekere basis onder de economie? Maar die onzekerheden mogen de pret niet drukken.
Ja, het gaat best goed met Aruba, beter dan verwacht.
Voor mij was het een weerzien na bijna vijftien jaar. Toen ik voor het laatst op het eiland was, zette het de eerste, tastende stappen - los van Curaçao en de andere Antilliaanse eilanden.
Na lang en vooral verbeten touwtrekken had Aruba, onder aanvoering van de flamboyante politicus Betico Croes (†) in 1986 een ‘status aparte’ veroverd. Van dat moment was het niet langer een ‘onderhorigheid van Curacao’, maar een van de autonome samenstellende delen van het Koninkrijk, samen met Nederland en de Nederlandse Antillen.
Die verzelfstandiging werd her en her hoofdschuddend gadegeslagen. Kon dat wel goed gaan? Een eiland, zo groot als Texel, nog geen honderdduizend inwoners, verder op eigen kracht? Ach, misschien moest het een tijdje de kans krijgen om de eigen beperkingen te ontdekken, om daarna weer in een Antilliaans verband te worden opgenomen.
Het is anders gelopen.
Het verhaal van Aruba’s status aparte is een succesverhaal. Je behoeft maar een dagje op het eiland rond te lopen, de sfeer te proeven, met mensen te praten en vooral je ogen de kost te geven, om te zien dat het Aruba goed gaat; beter dan Curaçao. Dat heeft zelfs een strenge toezichthouder als het Internationale Monetaire Fonds ontdekt: ‘Aruba heeft zich in twintig jaar ontwikkeld tot één van de meest ontwikkelde eilanden van het Caribisch gebied.’
Maar het is niet alleen een kwestie van centen, economie of welvaart. Op Aruba zie je een zelfbewust eiland, een eiland dat trots is op het eigen, zelfverdiende succes. ‘We hebben het toch wel goed gedaan, hè Jan’, fluistert de minister-president me toe.
Het Arubaanse voorbeeld werkt aanstekelijk. Ook Sint-Maarten en zelfs Curaçao mikken sinds enige tijd op een soortgelijke zelfstandige status binnen het Koninkrijk als Aruba heeft.
Alsof het Arubaanse succes zo gemakkelijk te kopiëren is.
Aruba heeft van meet af aan iets wat ik op Curaçao maar moeilijk kan ontdekken: een nationale ambitie. Het ging ergens voor, het wilde op eigen benen staan, het wilde laten zien dat het op eigen kracht iets kon. En zo veel motivatie, zo veel energie, zo veel wilskracht, laat staan passie voor iets gemeenschappelijks, ontbreekt veel te veel op het grootste eilanden van de Antillen.
Ja, Aruba voelt zich een geslaagde leerling. Als een echte puber kijkt het een beetje neer op Curaçao en de andere zustereilanden. En het durft al een grote mond opzetten tegen het voormalige moederland. Het laat zich door ‘Den Haag’ niet meer als een kleine jongen behandelen, moeten we begrijpen.
Maar Aruba kent z’n grenzen. Over onafhankelijkheid -echte onafhankelijkheid, onafhankelijkheid van Nederland- moet je niet beginnen. In het kantoor van de minister-president staat de Nederlandse vlag stevig naast de Arubaanse. En tussenin een statiefoto van de koningin.
Oranjestad, 11 januari 2008
Foto 1: De stranden van Aruba schitteren je vanuit de lucht al toe. Foto 2: Minister-president Oduber -tussen de Nederlandse en Arubaanse vlag, voor het portret van koningin Beatrix- heeft de delegatie heel wat te zeggen. Foto 3: Voor de ingang van het Arubaanse parlement laat de Nederlandse delegatie zich nog een keer fotograferen.
|
| Foto(s) bij dit artikel: |



|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Naam: johan snel
12-01-2008 | 21:03
|
|
 |
|
|
|
|
Een onderhoudend opiniestuk vandaag in Trouw van Frank Martinus Arion. Een citaat:
>> De Nederlandse parlementariërs, die van deze hele voorgeschiedenis geen kennis schijnen te hebben, gedragen zich tegenwoordig alsof het Nederlandse parlement in het Koninkrijk alles te zeggen heeft en ook alles in een handomdraai kan regelen, en laten in het post-Fortuyntijdperk fors van zich horen. Kennis van aardrijkskunde, geschiedenis, sociologie en economie van de Nederlandse Antillen, van het begrip dekolonisatie, en van het recht dat de onderlinge verhoudingen in het Koninkrijk regelt, schijnt immers overbodig (...) <<
js |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|