Nico van den Berge is correspondent voor het Reformatorisch Dagblad in Midden-Afrika.
WAAROM HEBBEN HULPORGANISATIES ALTIJD GELDGEBREK?
06-05-2008
| door : Nico van den Berge
| Categorie: Algemeen
0
Het is weer zover. De Wereldvoedselorganisatie (WFP) en Unicef waarschuwen dat er grote humanitaire rampen dreigen als donoren niet met (extra) geld over de brug komen: 700.000 mensen in Karamoja in het noordoosten van Uganda hebben honger, maar er is slechts een kwart binnengekomen van het benodigde geld, en in de rest van het noorden van Uganda leven ook nog eens 920.000 mensen die te weinig voedsel krijgen. Het klopt. Natuurlijk klopt het. Het noorden van Uganda is droog. Bovendien heerst er al twintig jaar een bloedige burgeroorlog die niet alleen levens heeft gekost, maar die vooral een angstpsychose heeft veroorzaakt. De rust keert nu langzaam terug, maar mensen durven nog steeds niet vrijuit hun leven te leven in hun dorpen. Het platteland wordt mondjesmaat bewerkt. Voorlopig blijven deze mensen afhankelijk van voedselhulp.In Karamoja is het nog droger. Daar is weliswaar geen probleem door de burgeroorlog die de rest van het noorden van Uganda treft, maar in Karamoja zorgen inwoners zelf voor onveiligheid. Het zijn veehouders die er niet voor terugdeinzen elkaars vee te stelen. Het Ugandese regeringsleger pakt dat probleem grootschalig aan: met geweld worden de Karomojong ontwapend. Dat leidt natuurlijk tot verzet tegen het leger en tot een lage voedselproduktie. Het klopt dat er in het noorden en noordoosten van Uganda mensen ondervoed zullen raken en misschien zelfs zullen sterven als er geen voedselhulp is. Dus klopt het als hulporganisaties waarschuwen voor humanitaire problemen wanneer donoren het blijvend laten afweten.Maar ik zet soms vraagtekens bij het mechanisme, het systeem van donor-driven-aid, ofte wel het systeem waarbij hulporganisaties pas hulp (kunnen) geven, nadat zij geld hebben gekregen van donoren. Een organsiatie als de WFP is daarvan een goed voorbeeld. Zij legt donoren een ellendelijst voor en houdt vervolgens haar hand op om die ellende op te lossen. Met het gedoneerde geld koopt de WFP voedsel en dat wordt vervolgens uitgedeeld onder de hulpbehoevenden.Mijn probleem met dit systeem is, dat het is gebaseerd op de sympathie van donoren met de slachtoffers. Die sympathie is niet constant en dus is het ook een onmogelijke taak voor de WFP om altijd voldoende geld binnen te halen. Opnieuw is het noorden van Uganda een goed voorbeeld. Toen enkele jaren geleden de burgeroorlog nog in volle gang was, was de sympathie bij donoren makkelijker op te wekken dan nu, want nu lijkt vrede terug te keren. En dus roepen Unicef en WFP om het hardst dat "de wereld het noorden van Uganda niet mag vergeten, juist niet nu de eindstreep slechts in zicht is. We zijn er nog niet. Als we nu niet doorzetten met het verlenen van hulp, komt de werderopbouw ook niet van de grond."Zou het niet beter zijn om een hulpfonds in te stellen? Een wereldwijd fonds waarin alle landen bijdragen volgens een overeengekomen formule? Dan is er een grote pot geld waarmee VN-organisaties, zoals WFP en Unicef, hulp kunnen verlenen. Alleen voor extra problemen zou er dan extra gecollecteerd mogen worden. Daarmee voorkom je dat regeringen en particulieren ellende-moe worden. Als er elke week ergens uit de wereld een noodkreet klinkt, raakt ellende je op een gegeven moment steeds minder.